Ademwerk in het hoge Noorden.

Even wennen. 

De meeste van mijn cliënten hadden voor hun aanmelding bij mij nog nooit gehoord van ademwerk. En ook geen idee wat lichaamsgerichte therapie inhoudt. Dat maakt mijn werk uitdagend, maar ook heel vervullend. Want juist zij hebben het vaak het meeste nodig. 

Mijn opleiding tot ademwerker deed ik met mensen van over de hele wereld. Eén ding hadden ze met elkaar gemeen: het lef om ruimte in te nemen, vrij te durven bewegen. De een wat meer dan de ander, maar gaandeweg werden we allemaal al snel heel comfortabel met beweging, expressie en verbinding. In de workshops onderging bijna iedereen een persoonlijke transformatie. In groepen waar dat de norm is, kan je heerlijk in een bubbeltje zijn waarin sessies heel diep gaan en vanzelf flowen. 

Vol goede moed toog ik na mijn opleidingsworkshops terug naar mijn praktijk in Friesland, vastbesloten om dezelfde diepgaande sessies hier voort te zetten. Nou, dat was even een ander verhaal!

Mijn cliënten komen uit heel Nederland, op zoek naar iets anders dan wat ze tot nu toe hebben geprobeerd. Wat, dat weten ze vaak niet precies. Maar in ieder geval iets anders dan alleen maar cognitieve gedragstherapie, want dat heeft niet gewerkt. 

Het zijn vaak nuchtere mensen die voor reguliere therapie of relatietherapie binnenkomen, of na een vastgelopen therapietraject elders. Met de vraag: ‘Wat nu?’. 

Ik merk dan regelmatig dat ze het cognitief eigenlijk prima op een rijtje hebben, maar dat de adem stokt, hun nek en kaak stijf staan van de spanning en er een constante alertheid is in het lijf, om maar een paar dingen te noemen. Ze vertellen dat ze niet slapen, of allerlei pijntjes hebben, ‘zomaar’. Ik zie in de relatietherapie wat er fysiek bij ieder van hen gebeurt als ze elkaar triggeren. En de opbouw daarvan over vaak vele jaren emotionele onveiligheid of uitputting. Het zijn vaak mensen die zeggen niet te houden van ‘zweverig gedoe’.

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, is hen bijgebracht.   

Het is zo diep ingeweven dat we het geen terughoudendheid meer noemen. We noemen het karakter.

Maar die spanning van aanpassen en verdragen, die zit niet in ons karakter, het zit in ons lijf. Als strakke kaak, ingehouden buik, gevoelloos bekken of een adem die niet meer vrij stroomt. Ik zie mensen die aangepast en afgepast zijn en daardoor in eerste instantie niet echt aanwezig kunnen zijn in een sessie die toch echt helemaal om hen draait. 

Tijdens het ademwerk is er vaak een zoeken naar ‘hoe wil mijn lijf dan in vredesnaam bewegen?’ en ‘ik voel wel ergens emotie, maar hoe kom ik daarbij?’. 

Zolang die vragen in het hoofd blijven rondzoemen, kun je maar moeilijk zakken. Dan is er frustratie en weerstand.  

Het vergt mijn geduld en liefdevolle bijsturing. 

Meer voorbeelden: iemand moet nodig naar de wc, maar blijft liggen met een gespannen blaas. Iemand voelt een gaap of een boer opkomen en houdt het tegen, alsof het lichaam zich moet verontschuldigen. Iemand zit niet meer lekker, tot kramp in de benen aan toe, maar blijft in dezelfde houding zitten met afgeknelde benen. ‘Doe ik het zo goed?’ 

We vinden het zo normaal om ons aan te passen, dat we niet meer voelen wat er in ons lijf gebeurt. Ik heb het leren herkennen en stuur het liefdevol en geduldig bij. 

Wat ik bovenal zie, is een constante alertheid en beoordeling van het hele proces vanuit het hoofd. Ik noem dat ook wel ‘het commandocentrum’. Het niet kunnen zakken in het lichaam, in de ervaring. We voelen ons massaal niet meer veilig bij onszelf. 

Ik heb vanaf een ander level moeten leren werken, met al deze thematiek.

Ik moest leren mensen ontmoeten waar ze zijn en niet in alle potentie die ik zie.  

Juist de mensen die in eerste instantie niet zelf voor ademwerk of lichaamsgerichte therapie zouden kiezen, hebben niet in de gaten hoe ver verwijderd ze zijn van hun lichaamsbewustzijn. Ze hebben maar al te vaak geleerd geen ruimte in te nemen. Dat verbinding aanpassing betekent. Dat hun grenzen en behoeften er niet mogen zijn of zover naar de achtergrond zijn geschoven, dat ze pas herkend worden als men er al ver voorbij is. Vandaar zoveel burn outs. 

In het lichaamsgerichte werk vinden we dan de weg terug naar jezelf. Dat klinkt zweverig, maar dat is het niet. Het is letterlijk je lichaam, je behoeftes en grenzen weer gaan voelen en durven daar uiting aan te geven. 

Het is een voorrecht voor mij om de transformaties in mensen te zien. Soms snel, vaak langzaam en gestaag, we zijn tenslotte wel in het nuchtere Nederland. Maar geduld is een schone zaak. Ik vier vanbinnen een feestje wanneer iemand eindelijk haar schouders durft te laten zakken. (Dag nekpijn.) Wanneer iemand haar stem vindt, of zijn vuisten in de matras drukt en durft te brullen. Wanneer de eerste zucht van verlichting klinkt, en ik bedoel echt klinkt, niet beleefd of netjes, maar zo’n zucht die van heel diep komt en niet in een bepaalde vorm gegoten wordt.

Ik weet wat er mogelijk is, en soms wil ik daarom te veel. Dan zie ik nog even weinig ontlading en denk ik: er is meer, ik wil je het onderste uit de kan geven. Maar dan zegt diegene na afloop vaak iets als: ‘het was heerlijk om even twee uur helemaal bij mezelf te kunnen zijn’. Of: ‘je aanraking voelde zo ontzettend troostend’. Of: ‘ik kon voor het eerst een klein beetje huilen’. 

Soms denk ook ik dat er niet genoeg gebeurt, maar is dat eerste traantje een opening naar herstel. Vertrouwen in het lichaam terugvinden. Het ontroert me nog elke keer.   

Nuchtere mens, wil jij dit ook ervaren? Mijn deur staat open. Het is hier veilig.